Kentekenbewijs overzetten

Het kentekenbewijs is een belangrijk document bij je auto. Dat merk je op het moment dat je de auto verkoopt, want dat gaat niet zonder geldig kentekenbewijs.

De nieuwe eigenaar moet het kentekenbewijs dan ook op zijn naam laten zetten. Dat heet overschrijven. De verkoper moet daarvoor het originele Tenaamstellingsbewijs (Deel 1B) en het overschrijvingsbewijs overhandigen of de tenaamstellingscode, samen met de kentekencard, dat is kentekenbewijs in het formaat van een creditcard.

Als koper ga je naar het kentekenloket of de RDW-balie met deze documenten, en een geldig legitimatie bewijs.

De medewerker zet het voertuig dan op jouw naam en geeft je een tenaamstellingsverslag, dat dienst doet als bewijs van de transactie en de eerste 4 cijfers van de tenaamstellingscode bevat. Het tweede deel, met 5 cijfers, ontvang je van de RDW, tegelijk met de nieuwe kentekencard. Die eerste 4 cijfers kun je het beste noteren op de brief met de laatste cijfers, zodat je de gehele code in één keer kunt produceren.

De medewerker  geeft je dan het bewijs dat het kenteken niet meer op naam staat van de verkoper, het vrijwaringsbewijs. Dat overhandig je vervolgens aan de verkoper.

Vanaf dat moment ben jij de eigenaar van de auto, en ben je verantwoordelijk voor alle verplichtingen die daarbij horen.

Koop je de auto van een RDW erkend bedrijf, dan gaat het wat eenvoudiger, want zo’n bedrijf kan het hele proces van het overschrijven zelf regelen, en overhandigt je de eerste 4 cijfers van de tenaamstellingscode. De rest stuurt de RDW je per post op.

Mocht je een auto verkopen aan een RDW erkend bedrijf, dan geldt hetzelfde: het bedrijf regelt de overschrijving en overhandigt jou het overschrijvingsbewijs. Zorg wel dat je alle papieren bij elkaar hebt, die van een verkoper gevraagd worden. Dan is het heel eenvoudig.